DingDong Retail - Toelichting bij de Algemene Voorwaarden
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING ALGEMENE VOORWAARDEN T.B.V. DIENSTVERLENING
Deze modelvoorwaarden en toelichtingen hebben uitsluitend een informatief karakter en kunnen dienen als leidraad voor het opstellen van algemene voorwaarden in een specifiek geval. Met name de artikelen die handelen over garantie en aansprakelijkheid dienen aan het bedrijf dat de voorwaarden hanteert te worden aangepast.
Het is raadzaam voor het opstellen van de algemene voorwaarden ook de algemene toelichting te raadplegen.
(1)
Artikel 2 Algemeen
De toepasselijkheid van de algemene voorwaarden moet blijken bij het aanbod. Wanneer pas op een factuur melding wordt gemaakt van de toepasselijkheid van algemene voorwaarden, is het te laat. Een folder, brochure, brief e.d. dient derhalve te vermelden dat algemene voorwaarden toepasselijk zijn, dat deze op eerste verzoek kosteloos worden toegezonden en dat, indien daarvan sprake is, deze zijn gedeponeerd bij griffie van de rechtbank en/of de Kamer van Koophandel.
(2)
Artikel 3 Aanbiedingen en offertes
De in artikel 3 opgenomen termijnen dienen als leidraad. Zo een andere termijn wenselijk wordt geoordeeld, kunnen deze aan het bedrijf dat de voorwaarden hanteert worden aangepast.
De in artikel 3 lid 1 genoemde schriftelijke vorm kan bijvoorbeeld blijken uit een folder, of een advertentie in de krant. Meestal zal van een schriftelijk aanbod sprake zijn. Het is ook mogelijk om het volgende in uw algemene voorwaarden op te nemen:
Alle aanbiedingen zijn vrijblijvend, tenzij in het aanbod schriftelijk uitdrukkelijk anders is aangegeven.
Artikel 3 lid 4 is in afwijking van het bepaalde in artikel 6:225 lid 2 Burgerlijk Wetboek.
(Artikel 6:225) bepaalt namelijk dat:" 2. Wijkt een tot aanvaarding strekkend antwoord op een aanbod daarvan slechts op ondergeschikte punten af, dan geldt dit antwoord als aanvaarding en komt de overeenkomst overeenkomstig deze aanvaarding tot stand, tenzij de aanbieder onverwijld bezwaar maakt tegen de verschillen." (Zie ook: Relevante wetgeving onder Toelichting).
(3)
Artikel 4 en 6 Uitvoering; contractsduur en uitvoeringstermijn
Artikel 4 bepaalt dat gebruiker de overeenkomst aldus naar beste inzicht en vermogen, overeenkomstig de eisen van goed vakmanschap zal uitvoeren. Gebruiker zal zich aldus inspannen om een bepaald resultaat te behalen. Daarbij wordt echter geen resultaat gegarandeerd. (De zogenaamde inspanningsverbintenis). Men denke daarbij aan een juridische procedure: een raadsman zal niet licht garanderen dat zijn inspanningen tot gevolg zullen hebben dat bijvoorbeeld een vordering zal worden toegewezen.
Daarentegen kunnen partijen ook overeenkomen dat een vooraf vastgesteld resultaat wordt gegarandeerd (De zogenaamde resultaatsverbintenis).
Artikel 6 bepaalt dat de overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd, tenzij partijen uitdrukkelijk en schriftelijk anders overeenkomen. Uiteraard is het mogelijk dat een overeenkomst voor bepaalde tijd wenselijk wordt geoordeeld. In dat geval kunt u een dergelijke termijn opnemen in de overeenkomst met de opdrachtgever.
(4)
Artikel 7 Honorarium
Artikel 7 bepaalt dat partijen een vast, van tevoren afgesproken honorarium kunnen overeenkomen dan wel een honorarium dat zal worden vastgesteld op grond van werkelijk bestede uren. Het honorarium wordt alsdan berekend volgens de gebruikelijke uurtarieven van gebruiker, geldende voor de periode waarin de werkzaamheden worden verricht, tenzij een daarvan afwijkend uurtarief is overeengekomen.
Het zal sterk afhangen van de wensen van partijen voor welke optie wordt gekozen. Uiteraard dient de keuze vastgelegd te worden in de overeenkomst zelf.
Daarbij dient opgemerkt te worden dat indien het honorarium nadat een opdracht is verstrekt, wordt verhoogd, een dergelijke prijsverhoging kan worden getoetst aan de "open norm". Een prijsverhoging kan dus onder omstandigheden onredelijk worden geacht. Het is dus van belang dat eventuele prijsverhogingen redelijk zijn.
(5)
Artikel 8 Betaling
De in artikel 8 opgenomen betalingstermijnen, betalingswijzen en/of percentages dienen als leidraad. Zo andere redelijke betalingstermijnen, betalingswijzen en/of percentages wenselijk worden geoordeeld, kunnen deze aan het bedrijf dat de voorwaarden hanteert worden aangepast.
Van belang is, dat de betalingstermijn de opeisbaarheid van de vordering bepaalt en dus ook leidraad is voor de termijn vanaf wanneer de schuldenaar in gebreke kan worden gesteld.
Houdt u rekening met het vierde lid van dit artikel, het wil nog wel voorkomen dat een schuldenaar die inmiddels gemaand werd alleen de hoofdsom betaalt en niet de rente en de incassokosten. Dit vierde lid regelt de volgorde van verrekening.
Wettelijke rente bij handelstransacties
Per 1 december 2002 is de wettelijke rente voor handelstransacties, die verschuldigd is in geval van te late betaling, verhoogd naar 10%. Deze wettelijke rente is het gevolg van een Europese richtlijn die tot doel heeft betalingsachterstanden terug te dringen en is van toepassing op overeenkomsten die op of na 1 december 2002 zijn gesloten.
Deze rente is van toepassing op overeenkomsten tot het leveren van goederen en/of diensten tegen betaling tussen ondernemingen onderling en tussen ondernemingen en overheidsinstanties. Van deze rente kan contractueel afgeweken worden.
De rente is niet van toepassing op overeenkomsten met consumenten. Voor consumenten is de reguliere wettelijke rente van toepassing, tenzij daarvan contractueel afgeweken wordt.
De wettelijke betalingstermijn is 30 dagen. Dit betekent dat de wettelijke rente dus verschuldigd is na verloop van 30 dagen na ontvangst van de factuur of van de prestatie in het geval dat de schuldenaar de factuur eerder heeft ontvangen dan de prestatie of indien de datum van ontvangst van de factuur niet vaststaat.
De wettelijke betalingstermijn van 30 dagen geldt niet indien partijen onderling een andere termijn zijn overeengekomen. Deze termijn kan langer of korter dan 30 dagen zijn en kan ook in de algemene voorwaarden van de schuldeiser zijn geregeld.
Bij overschrijding van de betalingstermijn is de rente automatisch verschuldigd. Er is dus geen aanmaning of ingebrekestelling voor vereist. Als de schuldeiser echter zelf in gebreke is, bijvoorbeeld omdat hij niet deugdelijk heeft gepresteerd, dan is de schuldenaar geen rente vereist.
Bij consumenten blijft een schriftelijke ingebrekestelling of aanmaning wel voorwaarde van het in rekening brengen van (de lagere) wettelijke rente.
De wettelijke rente wordt als volgt berekend:
de zogenaamde basis herfinancieringsrente (main refinancing operations) van de Europese Centrale Bank plus 7%.
Deze basis herfinancieringsrente varieert. Op 1 december 2002 was deze 3%.
Op 1 december 2002 was de wettelijke rente voor handelstransacties dus 3% + 7% = 10%.
Voor de berekening van de wettelijke rente voor handelstransacties wordt gekeken naar de meest recente basis herfinancieringsrente die voor de eerste dag van het betreffende halfjaar is vastgesteld. De berekende wettelijke rente geldt aldus steeds voor de duur van een half jaar. Vervolgens wordt de wettelijke rente vastgesteld op basis van de nieuwe basis herfinancieringsrente.
Voor actuele informatie over deze rente kunt u terecht op de Website van de Europese Centrale Bank, www.ecb.int.
In artikel 8 lid 5 is een regeling opgenomen die gebruiker de mogelijkheid biedt om een kredietbeperkingstoeslag van 2% in rekening te brengen. Deze is niet verschuldigd bij betaling binnen 7 dagen na factuurdatum. Een dergelijke bepaling is uiteraard facultatief. Indien u dit niet wenselijk vindt, dan kunt u deze bepaling uiteraard achterwege laten.
(6)
Artikel 10 Incassokosten
In artikel 10 lid 1 wordt uitgegaan van een minimum percentage en / of bedrag dat verschuldigd is op het moment dat de consument niet tijdig voor betaling heeft zorggedragen. Zowel het percentage als het bedrag dient als voorbeeld.
Een alternatief voor artikel 10 lid 1 is bijvoorbeeld:
1. Is opdrachtgever in gebreke of in verzuim met het nakomen van één of meer van zijn verplichtingen, dan komen alle redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte voor rekening van opdrachtgever. In ieder geval is opdrachtgever in het geval van een geldvordering incassokosten verschuldigd. De incassokosten worden berekend overeenkomstig de in de Nederlandse rechtspraak algemeen erkende methoden in incassozaken.
Deze bepaling is gebaseerd op het van de werkgroep van de Nederlandse Vereniging van voor Rechtspraak afkomstige rapport Voor-werk II inzake de buitengerechtelijke kosten.
In geval van buitengerechtelijke kosten heeft de werkgroep voorgesteld om deze als regel - zonodig met toepassing van artikel 57ab Rv (oud) - forfaitair te matigen tot twee punten van het toepasselijke liquidatietarief in eerste aanleg met een maximum van 15% van de hoofdsom, te vermeerderen met de tot aan de dagvaarding vervallen rente voor zover deze in een bedrag is uitgedrukt, met dien verstande dat voor de kantonprocedures het tarief geldt als hierna in de bijlage is opgenomen.
De in het onderstaande opgenomen staffel voor kantonprocedures is door het LOCK (Landelijk Overleg Coördinerend Kantonrechters) ontwikkeld op verzoek van de werkgroep.
Onder hoofdsom wordt in dit verband verstaan het bedrag zoals bij inleidende dagvaarding gevorderd en voor zover voor toewijzing vatbaar is, met dien verstande dat eventuele betalingen voor of na het aanbrengen van de zaak in de regel naar evenredigheid moeten worden toegerekend aan de hoofdsom onderscheidenlijk de buitengerechtelijke kosten. Naar het oordeel van de werkgroep heeft art. 6:44 BW betrekking op daadwerkelijk gemaakte kosten.
De schuldeiser zal om aanspraak te kunnen maken op vorenbedoelde forfaitaire vergoeding dienen te stellen, en zonodig te bewijzen dat daadwerkelijk buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt. Het forfaitaire karakter brengt ook mee dat de schuldeiser in het algemeen met deze stelling en dit bewijs kan volstaan. Hij behoeft niet te bewijzen dat de omvang van de verrichte buitengerechtelijke activiteiten de forfaitaire vergoeding rechtvaardigt.
Bijlage bij Rapport Voor-werk II
Staffel kantonrechters
belang van de zaak (bgk: = buitengerechtelijke kosten)
Staffel kantonrechters in euro's
tarief bgk (Ex BTW)
t/m EUR 226,89 EUR 34,03
t/m EUR 453,78 EUR 68,07
t/m EUR 1134,45 EUR 136,13
t/m EUR 2268,90 EUR 272,27
t/m EUR 4537,80 EUR 408,40
t/m EUR 9983,16 EUR 544,54
t/m EUR 19512,55 EUR 662,52
t/m EUR 39025,10 EUR 998,32
t/m EUR 97562,75 EUR 1542,85
t/m EUR 195125,49 EUR 2450,41
t/m EUR 390250,98 EUR 3448,73
t/m EUR 998316,47 EUR 4447,05
> EUR 998316,47 EUR 5536,12
Voor zaken die dienen voor de Arrondissementsrechtbank en het Gerechtshof zijn andere liquidatietarieven van toepassing. Deze zijn onder andere opvraagbaar bij de Nederlandse Orde van Advocaten.
(7)
Artikel 11 Onderzoek, reclames
Bij het vaststellen van de termijn voor het melden van gebreken dienen gebruiker en wederpartij rekening te houden met elkanders gerechtvaardigde belangen. De gebruiker mag om bedrijfseconomische redenen de termijn beperken, maar die moet wel lang genoeg zijn om de opdrachtgever enige tijd te gunnen om de kwaliteit ervan te beoordelen.
(8)
Artikel 12 Opzegging
Indien de gebruiker de overeenkomst wenst op te zeggen, hetgeen is toegestaan, is het mogelijk dat de wederpartij gecompenseerd dient te worden voor eventueel verlies of schade de daaruit zou kunnen voortvloeien.
(9)
Artikel 13 Opschorting en ontbinding
Dit artikel ziet op ontbinding van de overeenkomst tijdens de looptijd. In algemene termen zijn de ontbindingsgronden aangegeven. In andere artikelen komen een aantal van deze ontbindingsgronden terug, zoals faillissement, surseance of liquidatie. In het kader van dit artikel kan echter bijvoorbeeld ook gedacht worden aan dreigend beslag, de wetenschap dat de schuldenaar aanzienlijke vermogensbestanddelen aan zijn bedrijf onttrekt of dat zijn bedrijf inmiddels zoveel schulden heeft dat een faillissement tot de reële mogelijkheden behoort. Veel zal afhangen van de omstandigheden van het concrete geval of een beroep op dit artikel gerechtvaardigd is.
(10)
Artikel 15 Aansprakelijkheid
Dit artikel bevat een aantal beperkingen. Er zijn ook nuanceringen mogelijk:
voorbeelden:
- de aansprakelijkheid voor de gedragingen van bepaalde personen is beperkt of uitgesloten;
- de aansprakelijkheid voor bepaalde vormen van niet-nakoming is beperkt (bijvoorbeeld een andere aansprakelijkheidslimiet voor niet of te late nakoming dan voor gebrekkige nakoming);
- de aansprakelijkheid voor bepaalde soorten schade is beperkt of uitgesloten (bijvoorbeeld een andere aansprakelijkheidslimiet voor zaakschade of zuivere vermogensschade, zoals stagnatieschade, winstderving enz.).
Van belang is, de algemene beperking tot, enigszins eenvoudig gesteld, de waarde van de zaak zelf. De aansprakelijkheid voor gevolgschade, die soms zeer aanzienlijk kan zijn, wordt door dit artikel (lid 4) uitgesloten.
(11)
Artikel 17 Risico-overgang
Te denken valt hier aan schade aan de zaak door waardevermindering van hetgeen geleverd wordt.
De juridische levering is hier bepalend, dus het moment dat de verkrijger zijn volledige rechten verkrijgt. Dit kan ook zo zijn terwijl de zaak nog niet door de opdrachtgever werd afgehaald of door gebruiker bezorgd.
(12)
Artikel 18 Overmacht
Tegen overmacht is in beginsel, simpel gesteld, niets te doen. De schuldvraag speelt hier in beginsel dan ook niet.
Het artikel beperkt zoveel mogelijk de risico-aansprakelijkheid. Het tweede en derde lid van dit artikel voorzien in gedeeltelijke uitvoering bij overmacht.
(13)
Artikel 23 Geschillen
Artikel 23 bepaalt dat de rechter in de vestigingsplaats van gebruiker bij uitsluiting bevoegd is kennis te nemen van geschillen, tenzij de kantonrechter bevoegd is. Niettemin blijft gebruiker bevoegd de opdrachtgever te dagvaarden voor de volgens de wet of verdrag bevoegde rechter.
Alternatieven voor deze bepaling zijn:
- dat geschillen met uitsluiting van de Burgerlijke rechter worden beslecht door een (branche)Commissie.
- Mediation: geschillenbeslechting op basis van bemiddeling door inschakeling van een mediator.
In dat geval kunt u de zogenaamde Mediation clausule van het NMI opnemen:
1) In geval van geschillen, voortvloeiend uit deze overeenkomst of uit daarop voortbouwende overeenkomsten, zullen partijen trachten deze in eerste instantie op te lossen met behulp van Mediation conform het reglement van de St. Nederlands Mediation Instituut te Rotterdam, zoals dat luidt op de aanvangsdatum van de mediation.
2) Indien het onmogelijk gebleken is een geschil als hiervoor bedoeld op te lossen met behulp van Mediation, zal dat geschil worden beslecht door:
A) arbitrage overeenkomstig de daartoe strekkende regels van (naam + plaats arbitrage-instituut) of
B)de bevoegde rechter te......
Arbitrage: geschillenbeslechting door daartoe door partijen aan te wijzen arbiters, waarbij geschillen kunnen worden beslecht volgens het reglement van het Nederlands Arbitrage Instituut.

